Être vervoegen

Être vervoegen doe je uit je hoofd, want être (zijn) is onregelmatig: je suis, tu es, il/elle/on est, nous sommes, vous êtes, ils/elles sont.

FransNederlands
je suisik ben
tu esjij bent
il / elle esthij / zij is
on estwij zijn (spreektaal), men is
nous sommeswij zijn
vous êtesjullie zijn, u bent
ils / elles sontzij zijn

Waar je op let

Uitspraak

De eind-s en eind-t spreek je niet uit: est klinkt als "è", sont als "son". Na vous en nous hoor je een z-klank als het volgende woord met een klinker begint: vous‿êtes.

Oefen jezelf

Denk eerst zelf na, tik dan op de vraag voor het antwoord.

Nous ___ en cinquième.

sommes: nous sommes (wij zijn).

Vous ___ français ?

êtes, met een dakje op de e.

Paul et Sophie ___ au collège.

sont: een jongen en een meisje samen is ils, dus ils sont.

Hoe zeg je: Het is een dorp.

C'est un village. Het is = c'est.

Tu ___ néerlandaise ?

es: tu es.

Maak ontkennend: Je suis français.

Je ne suis pas français.

Verder oefenen voor je toets?

Op Studeerhub staat het vak Frans (brugklas, Unité 1): leerdoelen met uitleg, steeds nieuwe oefenvragen met nakijken, en overhoren. €5 voor 2 weken.

Bekijk het vak

Het Franse lidwoord: le, la, l', les, un, une, des · Alle uitleg