Literaire begrippen
Literaire begrippen zijn de woorden waarmee je over een verhaal praat: wat er gebeurt (plot), wie erin zitten (personages), waar en wanneer (ruimte en tijd), door wiens ogen je kijkt (perspectief) en waar het over gaat (thema en motief).
- Plot plot
- De gebeurtenissen en hoe ze met elkaar samenhangen: oorzaak en gevolg. Met een open einde weet je niet hoe het afloopt, met een gesloten einde wel.
- Personage character
- Iemand in het verhaal. De hoofdpersoon staat centraal, bijfiguren spelen een kleinere rol. Een rond personage heeft meerdere kanten en verandert; een vlak personage heeft maar één eigenschap en blijft hetzelfde.
- Ruimte setting
- Waar het verhaal speelt. De ruimte kan ook een sfeer of gevoel versterken.
- Tijd time
- Chronologisch: in de volgorde waarin het gebeurde. Een flashback springt terug, een flashforward vooruit. Verteltijd is hoe lang het lezen duurt, vertelde tijd hoe lang het verhaal duurt. Begint een verhaal midden in de actie, dan heet dat in medias res.
- Perspectief point of view
- Ik-perspectief (first person): de verteller is een personage. Personaal perspectief (third person limited): hij of zij, maar je kijkt mee met één personage. Alwetende verteller (omniscient): weet alles van iedereen.
- Thema theme
- Waar het verhaal in de kern over gaat, vaak een abstract woord: eenzaamheid, vriendschap, schuld.
- Motief motif
- Een element dat steeds terugkomt en het thema ondersteunt: regen, een klok, een bepaald voorwerp.
Een analyse schrijven
Gebruik de PEE-opbouw: Point (je bewering), Evidence (een citaat of voorbeeld uit de tekst) en Explanation (leg uit hoe het voorbeeld je bewering bewijst).
Oefen jezelf
Denk eerst zelf na, tik dan op de vraag voor het antwoord.
Het verhaal begint met: 'Ik liep in de regen naar huis.' Welk perspectief?
Ik-perspectief (first person).
In een verhaal komt steeds een tikkende klok terug. Wat is dat?
Een motief: een terugkerend element dat het thema ondersteunt.
Je leest een boek in 2 uur, het verhaal speelt in 10 jaar. Wat is de verteltijd?
2 uur. De vertelde tijd is 10 jaar.
Een personage verandert in de loop van het verhaal en heeft meerdere kanten. Hoe heet dat?
Een rond personage.
Het verhaal begint midden in een achtervolging. Hoe heet dat?
In medias res.
Verder oefenen voor je toets?
Op Studeerhub staat het vak Taal & Leesdossier: leerdoelen met uitleg, steeds nieuwe oefenvragen met nakijken, en overhoren. €5 voor 2 weken.
Bekijk het vak